dinsdag 18 juni 2013
Hoverspeed Memories 2
Een aantal jaren maakte ik de overtocht naar Engeland op een bijzondere wijze. Ik moest er voor eerst helemaal naar Calais rijden. Bij het strand stonden altijd mensen met camera's om dat wat er over zee aan kwam stormen vast te leggen. Eenmaal bekomen van het kabaal en aan boord begon het avontuur. Met een snelheid van 120 kilometer per uur over de golven van het Kanaal naar Dover. Het was elke keer weer een speciale ervaring. Ongeveer 15 jaar geleden werd de Hovercraft helaas uit de vaart genomen.
maandag 17 juni 2013
donderdag 13 juni 2013
DE OUDE GRIEKEN EN DE ZEE
Op de uiterste punt van het schiereiland Attica staat hoog boven de azuurblauwe golven de tempel van Poseidon, de Griekse god van de zee. Vanaf dit punt zag men vele eeuwen geleden Jason terugkeren met het Gulden Vlies, de handelsschepen die vanuit Athene uitvoeren naar alle delen van de Middellandse Zee, maar ook de enorme Perzische oorlogsvloot die korte metten moest maken met de Griekse stadstaten. Het werd een enorm fiasco en de grote Xerxes, koning van Perzië, leed een smadelijke nederlaag. Anderhalve eeuw later stak Alexander de Grote over naar Klein Azië en maakte een einde aan het Perzische Rijk waardoor de Griekse cultuur eeuwenlang nadrukkelijk aanwezig werd in het Midden Oosten.
Vijftienhonderd jaar eerder waren de verre voorouders van de Grieken al heer en meester in het oostelijk deel van de Middellandse Zee. Vanuit Kreta werd handel gedreven met o.a. Syrië en Egypte. Muurschilderingen in Knossos en Thera op het eiland Santorini tonen een nauwe verwevenheid met de zee: prachtige afbeeldingen van de aankomst van schepen terwijl de bevolking toekijkt, dolfijnen die hun buitelingen maken..
Toen deze voorouders bijna vergeten waren kwam het verlangen naar de zee weer terug bij hun nazaten. De Griekse stadstaten raakten al snel overbevolkt en hele bevolkingsgroepen trokken weg om ver van huis nieuwe kolonies te stichten: in Klein Azië, Noord-Afrika,in Zuid-Italië en op Sicilië, het zuiden van Spanje en Frankrijk. Zo ontstonden steden als Marseille en Syracuse. Op verschillende plaatsen op Sicilië en bij Paestum in Zuid Italië herinneren prachtige tempels aan deze tijd. Archimedes leefde en werkte in Syracuse. In Griekenland ontstond de democratie en werd voor het eerst het woord atoom gebruikt als kleinste deel van alles. De omtrek van de wereld werd er vrij nauwkeurig berekend. Er waren theaters en olympische spelen.
Als ik er weer eens ben en op een mooie oude plek de scherven van de wijze, kunstzinnige en levensgenietende Grieken opraap en vasthoud is het alsof ik even weer terug ben in hun tijd. Ongetwijfeld waren hemel en aarde toen ook al zo mooi gekleurd en werd er gelachen en muziek gemaakt in de taverna's van destijds. Rondom geurden de kruiden in de velden en de krekels lieten zich overal horen. In het westen ging de zon brandend onder.
maandag 10 juni 2013
OP ZOEK NAAR HET VERLEDEN
Tweeduizend jaar geleden stond er een Romeins leger op de zuidelijke oever van de Rijn. De soldaten waren afkomstig uit het verre Italië en brachten hier de beschaving waarmee de lange voorgeschiedenis van de ongeletterde inheemse barbaren ten einde was, althans zo werd dat vroeger op school geleerd. De Romeinen konden namelijk schrijven en hun eigen geschiedenis vastleggen in tegenstelling tot de hier wonende Bataven, Friezen en Tubanten. Dat de Romeinen hier kwamen werd min of meer als een vanzelfsprekendheid gebracht. Ze hadden immers een wereldrijk veroverd en waren nu in de lage landen aangekomen! Ik vond het als leerling maar vreemd dat een heel leger dwars door Europa marcheerde naar een land waar nauwelijks iets te halen viel. Ik wilde weten hoe dat zo gekomen was en zo begon mijn eerste historische speurtocht. In de bibliotheek leende ik een boekje over Romeinse sagen en verhalen en ontdekte al snel dat ook Rome ooit een primitieve boerennederzetting was geweest die gesticht werd door een tweeling die door een wolvin gezoogd was. De broers, Romulus en Remus, kregen al tijdens de aanleg van een stadswal ruzie en de broedertwist eindigde met de dood van de laatste. Na 250 jaar ontworstelde het stadje zich aan de Etruskische invloed en werd het koningschap afgeschaft. In de eeuwen die volgden onderwierp Rome eerst alle steden in de omgeving en bond daarna de strijd aan met de Etrusken, Samnieten en de Grieken in het zuiden van het schiereiland. Toen Rome de strijd aanging met een andere grootmacht in het westelijk deel van de Middellandse Zee had de stad al vrijwel heel Italië veroverd. De oorspronkelijke idealen uit de begintijd van een sobere staat, die bijzondere prestaties en heldendom op het strijdveld waardeerde, behoorde tot het verleden. De tijd van de sagen was voorbij. De oorlogen met Carthago waren van beide zijden massaal en medogenloos. Natuurlijk spreekt de tocht van Hannibal met zijn leger over de Alpen nog altijd tot de verbeelding maar de harde realiteit was dat er honderdduizenden doden vielen. Na de overwinning op Carthago kon de machtshonger van Rome niet meer gestild worden. Binnen een halve eeuw waren de Balkan en Griekenland ook onderworpen en behoorden delen van Klein-Azië tot de invloedssfeer van het Romeinse Rijk. Er werden nog slechts oorlogen gevoerd om te veroveren. De eerste eeuw voor Christus werd gekenmerkt door afschuwelijke burgeroorlogen. Julius Caesar veroverde in die tijd Gallië waarbij een groot deel van de bevolking om het leven kwam. Zijn adoptiefzoon Octavianus zou de eerste Romeinse keizer, Augustus, worden. Rome was eeuwenlang een stad van baksteen geweest. Het werd nu in hoog tempo de stad van marmer die wij van reconstructies kennen. Uit Griekenland werden talloze beelden en andere kunstwerken naar Rome versleept.
De stad had de toen bekende wereld veroverd en straalde dat met hoogmoed uit.
Het was de tijd waarin de legioenen de Rijn in de lage landen bereikten.
Mijn eerste speurtocht in het verleden was een harde confrontatie met de werkelijkheid van alle tijd, maar het was geen reden om me van de erfenis van het verleden af te wenden omdat ik lezend en zoekend ook hele mooie en bijzondere dingen was tegen gekomen die de leidraad voor mijn verdere reizen naar het verleden zijn geworden.
Ik schrijf verder over mijn ervaringen sindsdien.
dinsdag 4 juni 2013
HOE HET TIJDREIZEN BIJ MIJ BEGON.
De tijd ging vanzelf toen ik geboren was maar ik wist ook nog niet wat oud en nieuw was. Van ruimte had ik aanvankelijk nog niet zoveel benul, maar ik merkte al snel dat het ondekken van je huis risico's met zich meebracht toen ik van de trap viel. Het huis stond in Amsterdam-Zuid. Ik herinner me binnen oudgroen geschilderd houtwerk en een hemelsblauwe muur. Een van de eerste wandelingen was in een park dichtbij en ik ruik nog steeds de geur van Afrikaantjes die in het plantsoen groeiden. De kleuterschool vond ik kennelijk niet leuk want ik wist altijd weer te ontsnappen en nog eerder thuis te zijn dan mijn moeder. Als we met de klas gingen spelen in het zandland van de 'goudkust' was ik meestal snel spoorloos. We verhuisden naar Noord naar een nieuw Tuindorp waar volgens mijn vader heel veel bomen zouden worden geplant. Het was er wel spannend. Er waren weilanden in de buurt met echte koeien. Iets verder begon Waterland met z'n verre horizons en mooie oude dorpjes met houten huizen. Er was altijd water genoeg om te schaatsen want er waren toen nog echte winters. Met Sinterklaas stond je steevast op het Damrak kou te kleumen in de sneeuw als de goedheiligman zijn intocht deed. In zo'n koude winter vloog ook C&A een keer in brand. Na het blussen leek het op een ijspaleis.
Heel spannend werd het toen een dijk van een zijkanaal van het Noordzeekanaal doorbrak en het hele lagere gedeelte van onze wijk binnen enige uren onder water kwam te staan; 10.000 mensen moesten worden geëvacueerd. Ik mocht graag op de oever van het Noordzeekanaal zitten want daar kwamen immers de grote zeeschepen langs die naar verre landen gingen. Op het IJ moest je vanaf de pont helemaal omhoog kijken naar die passerende reuzen. Bij mij begon toen wel ontdekkingsdrang te ontstaan en door het lezen van boeken uit de plaatselijke dorpsbibliotheek kon ik me een beetje een beeld vormen hoe het er in die verre landen zo'n beetje uitzag. Met school gingen we naar musea waar er ook over werd verteld. Toen ik eenmaal een fiets had ging ik steeds verder op pad, eerst samen met mijn vader en later op eigen houtje: naar Durgerdam, Ransdorp en Broek in Waterland en in westelijke richting naar Castricum en Egmond. Ik vond het prachtig om de zee en het IJsselmeer te zien en op te snuiven. Vakanties in de bossen bij Nunspeet waren voor mij een avontuur. In mijn beleving waren dat een oerbossen waar ongetwijfeld ook lieden als de hunebedbouwers hadden verbleven. Mijn onderwijzer op de lagere school had er zo spannend over verteld dat ik voorgoed verslingerd raakte aan alles wat oud was. Een andere boeiende belevenis was het logeren bij mijn grootouders in Colmschate.Hun boerderijtje was voor mij een openbaring: een heuse waterpomp waaronder je je wassen moest, een ouderwetse plee met een deksel, een deel met konijnenhokken en een mooie kamer met bedsteden, een antieke klok die altijd prachtig de hele en halve uren sloeg.
Hier hoorde ik voor het eerst verhalen over witte wieven.
Langzaam maar zeker had ik voldoende besef van tijd en ruimte gekregen om in de geest en later ook in werkelijkheid op zoek te gaan naar verre streken en voorbije tijden. Gewapend met een gezonde dosis fantasie en een fotografisch geheugen ging ik me verdiepen in oude culturen en merkwaardige en mysterieuze zaken uit het verleden. Die speurtocht duurt tot op heden voort.
Wordt vervolgd!
dinsdag 28 mei 2013
SANTORINI, 36 EEUWEN GELEDEN: DE KOMST VAN DE LENTE.


Omstreeks 1900 voor Christus werd begonnen met de bouw van de grote paleizen op Kreta. Enige aardbevingen gooiden letterlijk nog wat roet in het eten maar daarna begon een 'gouden' tijd voor het eiland, een lange periode van vrede en welvaart. Minoïsche schepen voeren uit naar verre landen en beheersten eeuwen lang de handel in het oostelijk deel van de Middelandse Zee. Kretenzische kunstenaars schilderden en modeleerden meesterwerken van gratie en schoonheid die vaak de prachtige natuur van Kreta weergaf. Ook religieuze thema's en heilige symbolen werden veelvuldig weergegeven.
Op het noordelijker gelegen eiland Santorini zijn dezelfde kunstuitingen aangetroffen in een stad die omstreeks 1600 voor Christus door een meters dikke laag as was bedekt na de uitbarsting van een onderaardse vulkaan. Een groot deel van het eiland verdween en vloedgolven moeten op Kreta grote schade hebben aangebracht aan de paleizen.
Pas in de tweede helft van de vorige eeuw ontdekte men de resten van de verdwenen stad.
Christos Doumas, de assistent-archeoloog van de opgraving verwoordde de bijzondere sfeer tijdens het blootleggen van een muurschildering:"The slow proces of removing the volcano ash with a brush and the gradual revelation, inch by inch, of this magnificent work of art, kept us in a state of continuous excitement for weeks. The painting which the finders named 'The Coming of Spring' showed swallows depicted with vivid naturalism by someone with a keen eye for the flight patterns and behavior of these birds, moving through a Theran landscape of lilies and multicolored rocks. It was a frozen moment in past time, shedding light on a lost world".
dinsdag 21 mei 2013
DE OUDSTE NOG BESTAANDE TAAL VAN EUROPA ONDEKT OP KLEITABLETTEN VAN 33 EEUWEN GELEDEN.






In de afgelopen decennia heb ik talloze overblijfselen van steden, paleizen en heiligdommen uit de Griekse Oudheid bezocht en op elke plek viel het mij op dat het er wemelde van de potscherven en andere fragmenten van menselijke activiteiten in een ver verleden. Vaak ging het dan ook om plaatsen waar vele eeuwen lang gewoond was en soms werd een plek een of meerdere keren verwoest en weer opgebouwd zoals Troje waar vele bouwlagen een heuvel hadden gevormd. De nalatenschap van de vroegere bewoners is op tal van plaatsen in Griekenland zo omvangrijk dat de archeologen al snel moeten hebben gedacht dat het verzamelen van al die verstrooide hoeveelheden potscherven en andere zaken weinig toe zouden voegen aan de informatie van opgravingen en het onnodig was om ze te verzamelen. Als rechtgeaard archeoloog kon ik het echter niet laten om, met de blik op de grond gericht, op zoek te gaan naar dat bijzondere brokstuk dat men toch over het hoofd had gezien. Tijdens dat gespeur vond ik menig beschilderd scherfje, een oortje van een kruik of een stukje bewerkt obsidiaan(vulkanisch glas), maar natuurlijk vond ik geen fraaie gouden zegelring of kleitablet met een geheimzinnige tekst. Veel van die archeologische terreinen liggen in een schitterende omgeving waardoor je je met enige fantasie terug kunt wanen in de situatie van weleer: tempels, citadels en woonplaatsen op bruine stenige hellingen, begroeid met cipressen en olijfbomen en een azuurblauwe zee die nooit ver weg is. Huizen, gebouwen en beelden zijn in felle kleuren geschilderd.
Zouden er ook al taverna's geweest zijn? Wat aten ze? In ieder geval geen pasta's of pizza's want die zouden pas eeuwen later geïntroduceerd worden.
Voor de archeologen van de eerste grote ontdekkingen moet het een fantastische tijd geweest zijn. Schliemann legde met zijn opgravingen van Troje en Mykene een vergeten, groots tijdperk bloot dat in de herinnering van de 'nieuwe' Grieken als mythen uit een grijs verleden had voortgeleefd. Het oudste Griekenland had belangrijke vorsten gekend die in weelde in versterkte paleizen leefden en aan het eind van hun bloeitijd nog eenmaal hun macht lieten zien in de strijd tegen Troje. Een van hen was Nestor uit Pylos, in de zuidwestelijke punt van de Peloponnesos. Ook Kreta was en belangrijke bondgenoot van Agamemnon in deze oorlog. Homerus had het beschreven als een land met vele steden waar koning Minos heerste.
In 1900, enige decennia na Schliemann, begon Arthur Evans met zijn onderzoek naar de legendarische stad Knossos op Kreta. Evenals Schliemann was hij rijk en had hij een tomeloze energie. Hij had gestudeerd in Oxford, gewerkt als journalist in de Balkan en bezocht in 1893 Athene waarbij hij de schatten zag die Schliemann in Athene had opgegraven. Hij was vooral gebiologeerd door de prachtige zegelringen en ontdekte dat er ook identieke exemplaren afkomstig uit Kreta in omloop waren. Vanaf dat moment wilde hij het bestaan van de Minoïers, zoals hij de bewoners van Kreta noemde naar hun koning, aantonen. Hij begon zijn onderzoek bij de berg Kephala, waar al enorme voorraadvaten waren gevonden en volgens de overlevering Knossos had gelegen. Al vier dagen later wist hij dat hij sporen van een cultuur had blootgelegd die ouder waren dan die van Mykene. Hij trof ook al snel honderden kleitabletten met inscripties aan, bestaande uit rechte rijen figuratieve tekens. Hij onderscheidde daarin het oudere Lineair A en het jongere Lineair B. Ondanks jarenlange pogingen slaagde hij er niet in de teksten te ontcijferen.
In 1939 begon de Amerikaans archoloog Carl Blegen met zijn onderzoek van het paleis van Nestor bij Pylos. Al in de klassieke oudheid was de ligging ervan in de vergetelheid geraakt, maar Blegen slaagde erin om die zeer nauwkeurig te kunnen lokaliseren. Al op de eerste dag vond hij resten van fundamenten en een ruimte waarin zich gebroken kleitabletten met inscripties bevonden. De inscripties vertoonden overeenkomsten met die van Linair B op Kreta. Blegen had de oudste geschreven berichten van Europa blootgelegd. Een grote brand had het paleis omstreeks 1200 voor Christus in de as gelegd. De tabletten met identiek schrift op Kreta waren echter 200 jaar ouder. Kennelijk ging de Mykeense invloed op Kreta al tot die tijd terug. In 1952 hervatte Blegen zijn opgraving in Pylos. In hetzelfde jaar vertelde Michael Ventris, een jonge Engelse architect met een talent voor talen, in een historisch radiobericht dat de inscriptietabletten van Knossos en Pylos geschreven moesten zijn in archaïsch Grieks dat 500 jaar ouder was dan Homerus, oftewel 1250 voor Christus. Ventris kwam tot zijn conclusie zonder dat hij van enig vergelijksmateriaal gebruik kon maken.
Het bericht sloeg in als een bom. John Chadwick uit Cambridge, die Ventris bijstond bij de verdere vertaling voegde er aan toe dat het bewijs was geleverd dat het Grieks de oudste nog steeds bestaande taal van Europa bleek te zijn. De Mykeners spraken en schreven al Grieks in Pylos en op Kreta.
Drie jaar na zijn ontdekking verongelukte Ventris bij een auto-ongeluk nog voordat zijn publicatie over de vertaling van het oudste Griekse schrift het licht had gezien.
Abonneren op:
Berichten (Atom)